HISTORIEK

BOERDERIJ MET ADELBRIEVEN

binnenkoer_nuchelenhof

Eerst vanaf de 15de eeuw vertellen ons bewaard gebleven bronnen iets over het verhaal van deze erf in het Maasland. Nuchelen was vanaf de feodale periode een leenhof, een hoeve die door de heer aan een vazal, een leenman in leen werd gegeven. Leenheer, of liever leen-vrouwe van Nuchelen was midden 15de eeuw de abdis van het adellijk stift van Thorn.

In diezelfde 15de eeuw behoorde de hoeve aan de belangrijke familie Reymerstock en omstreeks 1600 zou het adellijk geslacht Van Eynatten generaties lang de hoeve in leen bezitten. Midden 17de eeuw kwam Nuchelen in het bezit van een andere edelman, Herman van Mirbach, die gehuwd was met een dame Van Eynatten en nadien worden heel wat van diens erfgenamen als bezitters van het goed genoemd.

Tegen het einde van de 18de eeuw vormde Nuchelen het bezit van Leonard, baron de Stockem, heer van Vieux Waleffe en oudburgemeester van Luik. In 1844 werd Nuchelenhof verkocht aan baron Louis de Schiervel. Hij was gewezen voorzitter van de Belgische senaat en in 1844 gouverneur van de provincie Limburg. Hij resideerde in Hasselt, maar zijn domicilie had hij in kasteel Ommerstein in Rotem.

Nauwelijks 5 jaar later schonk de baron het goed Nuchelen, toen 48 ha groot, aan zijn nichtje toen deze in het huwelijk trad met ridder Charles Moreau de Bellaing. Tijdens de eeuwen van aristocratische eigenaars zou Nuchelenhof worden uitgebaat door pachters. Eind 19de eeuw werd Nuchelenhof uitgebaat door de pachter Hubert Schummers en diens dochter Gertrude huwde met Henri Hubert Schroë.

Het was dit echtpaar dat in 1918 Nuchelenhof met 29 ha weide- en akkerland kocht van de familie Moreau de Bellaing. De volgende generaties Schroë zouden met succes voor de nodige uitbreiding zorgen.

Naar een tekst van Martin Boonen